2018: het jaar van armoedevrije koffie 12/04/2018

Wil je espresso of filter? Op die vraag geef ik tegenwoordig antwoord met de nonchalante vanzelfsprekendheid van een koffiekenner: ‘Doe mij maar een V60 met bonen uit Costa Rica’. Sinds ik voor mijn werk heel veel soorten koffie drink, begin ik te beseffen dat er meer in het leven is dan oploskoffie.

Een exclusieve koffie die nog op mijn verlanglijstje staat, is de Port of Mokha-koffie. Die is in de Verenigde Staten geserveerd voor 16 dollar per kopje (inclusief kardemomkoekje naar moeders recept), lees ik in De monnik van Mokka, het boek dat ik meesleep naar al die koffietentjes. Naast het levensverhaal van koffie-ondernemer Mokhtar Alkhansali, die letterlijk vanuit het niets een koffie-imperium opbouwt, biedt schrijver Dave Eggers minicolleges over de mondiale koffie-industrie. Op pagina 106 heb ik een passage onderstreept waarin de auteur aan het woord is: ‘Aan een willekeurige kop koffie konden, gerekend vanaf de plantage, wel twintig mensenhanden te pas zijn komen, en toch kostte zo’n kop maar twee of drie dollar. Zelfs vier dollar was eigenlijk weinig als je naging hoeveel menselijke aandacht en expertise er geïnvesteerd was in de bonen die die kop koffie van vier dollar hadden opgeleverd. Ja, zoveel menselijke aandacht en expertise zelfs dat de kans levensgroot was dat er ergens in die lange keten mensen waren genaaid, onderbetaald, uitgebuit.’

Een eerdere oproep van Boot om de koffieboeren een betere toekomst te bezorgen, strandde in loze woorden zonder daden.

Door ‘zijn’ boeren in Jemen te belonen naar kwaliteit, hoopt Mokhtar die armoedespiraal te doorbreken. Zelf groeit hij op in San Francisco, loopt daar door ongelukkig toeval de kans om te studeren mis, en werkt vervolgens als autoverkoper en portier. Op zijn 24e besluit hij om de rijke koffietraditie van Jemen nieuw leven in te blazen. Dat zijn plan precies samenvalt met een ingewikkelde burgeroorlog, belemmert hem niet in zijn ambities, net zomin als zijn gebrek aan parate koffiekennis. Tijdens zijn eerste bezoek aan een koffieplantage ziet Mokhtar een olijfstruik aan voor een koffieplant. Kan de beste overkomen, toch? Hij zet door en behaalt zijn Q-grader-examen. De Q-grader is een meester-koffieproever met precies de juiste smaak en neus om koffiebonen een kwaliteitsscore toe te delen. Dat is een precisiewerkje. Je kunt de beste Q-graders vergelijken met topsommeliers of meester-patissiers.  

Mokhtar gaat daarvoor in de leer bij Boot Coffee, een branderij annex opleidingsinstituut in de buurt van San Francisco. De eigenaar is Willem Boot. Jawel, een Nederlander, zoon van een Baarnse koffiebrander. Boot bezit een koffieplantage in Panama en geeft overal ter wereld advies over koffie. In het boek heeft hij een bescheiden, maar betekenisvolle rol. Dat de koffiewereld uiteindelijk ook een kleine wereld is, ontdekte ik toen ik Willem Boot vervolgens aantrof als columnist in koffieTcacao magazine. Ploeterboer, zo heet zijn column in het maartnummer. De boer blijft achter in armoede, en niemand kan het wat schelen. Een eerdere oproep van Boot om de koffieboeren een betere toekomst te bezorgen, strandde in de industrie in een hoop loze woorden zonder daden. Ik weet niet precies in welk jaar dat was, maar laten we dan in ieder geval van 2018 het jaar maken van armoedevrije koffie. Ik heb de afgelopen drie maanden al veel koffie-ondernemers gesproken die daaraan werken. Ik zou er bijna een olijfstruik om verwedden dat het deze keer gaat lukken.

Volg elke twee weken de blogs van onze campaign manager Lonneke op onze website.