Eetpact 4: theeplukkers in de spotlights 11/03/2019

Bij Fairfood houden we van écht goed eten. En willen we dat de mensen die ons eten gemaakt hebben, zelf ook goed te eten hebben. Klinkt simpel, is het meestal toch niet. In deze nieuwe blogreeks bekijken we hoe dat komt, maar vooral ook hoe we dat kunnen oplossen.

Thee? Doe mij maar koffie. Zwart, cappuccino, een espresso… Heer-lijk. Ik kan ook niet zeggen dat ik me ooit echt in thee verdiept heb. Daar gaat verandering in komen, nadat ik een middag met Faiham heb doorgebracht – het is helemaal niet oké hoe weinig ik van deze industrie weet. Faiham Ebna Sharig is een fotograaf en researcher uit Bangladesh, die de afgelopen 3,5 jaar wijdde aan het vastleggen van theewerkers in de Sylhet-regio. Hun verhaal vertelt hij onder de titel Cha Chakra: tea tales of Bangladesh.

Faiham en thee hebben een rijke geschiedenis. Als kind werd hij op zijn school onderwezen door mensen die deel uitmaakten van de thee-gemeenschap. De school grensde direct aan grote theeplantages. Op latere leeftijd groeide zijn interesse voor de levens van de theewerkers die hij op die plantages aan het werk zag. “Ik heb eens een van de plantages bezocht als journalist”, vertelt hij. “Daar zag ik de vele ontberingen, maar ook de interessante link tussen de levens van de arbeiders en de cultuur van het theedrinken. Mensen weten erg weinig van de arbeiders, dus zag ik er een mooie taak in om hun verhaal te vertellen.” Faiham geeft de buitenwereld een eerlijk inkijkje in het leven van de arbeiders. Hij benadert zijn werk op etnografische wijze: hij leeft, slaapt en eet bij families uit de community. Daardoor bouwt hij een diepere band met hen op.

Een treffende tekst op Faihams website: “De 80 verschillende etniciteiten en hun uiteenlopende religies, zijn waarschijnlijk reden voor de discriminatie waarvan de theewerkers nog altijd slachtoffer zijn. Daarom ook kan de ‘aura’ van de eeuwenoude feodale structuur nog steeds voortbestaan op de landgoederen, als een soort meester- en slaafrelatie. […] Slechte toegang tot huisvesting, educatie, gezondheidszorg en sanitaire voorzieningen, veiligheid op werk, genderdiscriminatie en, boven alles, extreem lage lonen – al deze exploitaties zijn onderdeel van een framework dat de goedkoopste arbeid ter wereld produceert. En toch is thee na water de meest geconsumeerde drank ter wereld.”

Behalve dat Faiham deze issues met zijn werk blootlegt, brengt hij ook daadwerkelijk verandering teweeg in de levens van sommige theearbeiders. Hij geeft een voorbeeld: de keer dat een van de arbeiders, die zijn hand tijdens het werken had verloren, een expositie van Faiham bijwoonde. Op dezelfde expositie was de secretaris van het ministerie van Arbeid en Werkgelegenheid aanwezig. Ze werd in het bijzonder door het verhaal van de man getroffen omdat zij degene was geweest die de papieren voor zijn werk op de plantage had getekend, maar al die tijd niet op de hoogte was geweest van dergelijke incidenten. Faiham werd door haar aangemoedigd om contact met haar op te nemen als hij meer van zulke incidenten tegenkwam. Later hoorde hij dat de minister het nodige papierwerk had ingevuld om de man van een gepaste compensatie te voorzien.

“Ik weet dat dit een klein incident is op de levens van een miljoen mensen en duizenden misstanden, maar toch, als je hoort dat er iets gebeurt, dat iemand iets aankaart… Zoiets kleins kan je soms de inspiratie bieden voor je werk.” In dit geval, en hopelijk nog veel meer gevallen, zorgde Faihams werk er vooral voor dat de levens van de theewerkers minder abstract werden, en bracht het de issues onder de aandacht bij changemakers.

Met zijn exposities hoopt Faiham een breder publiek te raken. Zijn foto’s schijnen een licht op een deel van de samenleving in Bangladesh waar weinig mensen iets vanaf weten. “Tijdens exposities komen mensen naar me toe die dingen zeggen als, “ik drink zoveel thee, soms wel 15 koppen per dag, maar ik had geen idee van deze verhalen – ik had geen idee dat deze mensen achter m’n kopje thee schuilgingen”. Ik vertel het verhaal namens de arbeiders en zorg dat mensen hen horen.”

Toch blijkt tijdens ons gesprek dat Faiham nog het meest geraakt wordt door de impact die zijn exposities op de arbeiders zelf hebben. Hij vertelt hoe theewerkers tijdens zijn exposities gebiologeerd zijn als ze hun eigen leven op die manier zien afgebeeld. Voor velen van hen is het de eerste keer dat ze überhaupt foto’s van zichzelf zien – de eerste keer ook dat de samenleving interesse toont in hun levens. Sommige leden van de theecommunity hosten inmiddels al zelf exposities, als Faiham er niet bij kan zijn. Hij hoefde hen alleen maar te laten zien hoe je een foto een beetje behoorlijk exposeert, vertelt Faiham. Nu zetten ze het project ook zonder hem hartstochtelijk voort. En dat is voor Faiham het allerbelangrijkst, hij geeft deze mensen een podium en geeft hen tegelijkertijd een gevoel van eigenaarschap over het Cha Chakra-project.

Faiham is terughoudender als ik vraag naar een mogelijk oplossing. “Net als mijn project, moet een oplossing voor de problemen van de werkers op een organische manier evolueren”, zegt hij. “Iedereen heeft z’n eigen verantwoordelijkheid. De oplossing moet op organische wijze tot stand komen, en niet van buitenaf worden opgelegd. De levens van deze mensen moeten begrepen worden – de schoonheid van hun levens, de uitdagingen… Ontwikkeling betekent niet dat ze in appartementen of huizen van baksteen moeten wonen. We moeten eerst leren begrijpen wat de beste manier is om hen van een duurzaam leven te voorzien.”

Na het gesprek besef ik me: Fairfood en Faiham vinden elkaar in de manier waarop we een licht proberen te schijnen op de mensen achter ons eten.

Voor meer informatie en foto’s, check faihamebnasharif.com

Dylan Foley – voormalig communicatiestagiaire