Weet van wie je eet: Hetty 24/04/2019

Ultieme transparantie: weten wie je eten verbouwd heeft. Met de nieuwe blockchainapplicatie van Verstegen Spices & Sauces en Fairfood, leer je de boeren achter je nootmuskaat kennen – Tony, Pransisko, Hertje en Jamal bijvoorbeeld… Vanaf mei koop je de nootmuskaat bij Coop en zie je van alle boeren hoeveel ze verkochten en of zij van hun waar een beetje behoorlijk rond kunnen komen. We zochten alvast een paar boeren op, om meer over hen, hun onderneming en dromen te weten te komen. Vandaag: Rahmawati.

De 39-jarige Rahmawati (‘noem me maar Hetty’) woont bijzonder afgelegen op een toch ook al afgelegen Indonesisch eiland. Terwijl de regen met bakken uit de hemel stort bereiken we haar huis via tal van kronkelweggetjes – berg op, berg af. Meest in het oog springend is het felblauwe winkeltje, dat naast haar woning in aanbouw is. Daarin verkoopt ze – nu al – onder meer eieren, meel, rijst en shampoo. En zo nu en dan kuikens, mocht dat zo uitkomen.

Als je voor haar huis staat, zie je direct daarachter hoge bergen verrijzen. De kokosbomen op ‘haar’ berg springen meteen in het oog, daaronder de nootmuskaatbomen – zo’n 200 stuks. Het land en de bomen erfden Hetty en haar man van zijn ouders. “Maar zelf kom ik ook uit een nootmuskaatfamilie”, vertelt ze, als we op plastic stoelen onder het afdakje voor haar huis zijn gaan zitten, waar we maar net droog blijven, “dus ik leerde als kind al van mijn ouders hoe je goede nootmuskaat verbouwt – wanneer je die plukt en nog even laat hangen.” Ook de paar kruidnagelbomen die nu nog op het land staan, worden binnenkort ingeruild voor nootmuskaatbomen. Daar verdienen ze meer mee.

Wist je dat nootmuskaat aan een boom groeit, in een vrucht die nog het meest op een perzik lijkt?

Hetty is de nogal trotse moeder van twee kinderen – een meisje van 17 en een jongen van 8. Het streven is om haar kinderen zo lang mogelijk door te laten leren – hen de best mogelijke opleiding te kunnen bieden. “Misschien gewoon op het eiland, maar ik hoop dat ze naar een betere school kunnen, in een stad op het vaste land.” Ze is heel even stil en voegt nog snel trots toe: “Mijn dochter wil heel graag stewardess worden.”

Op dit moment woont dochterlief nog thuis, en daar is Hetty maar wat blij mee. Ze geniet enorm van de dagen die ze als gezin samen doorbrengen. Op vrije dagen is ze het liefst met haar man en kinderen op het strand, dat je direct aan het einde van de straat kunt vinden. “Daar eten en drinken we dan samen, en de kinderen kunnen lekker zwemmen.” Nog net iets meer geniet ze van het Suikerfeest – absoluut de mooiste dag van het jaar, omdat dan de hele familie samenkomt.

Hetty’s zoontje speelt met zijn smartphone. Thuis hebben ze geen internet, maar op school wel.

Via het Suikerfeest komen we op het onderwerp eten, waar het vervolgens een tijdje over gaat. We vragen haar of ze eigenlijk weet wat er met haar nootmuskaat gebeurt. Dat een deel daarvan naar Nederland wordt verscheept is nieuwe informatie. “En gebruiken jullie het dan voor eten of medicijnen?” Als we op een telefoon een filmpje laten zien van nootmuskaat die over bloemkool wordt geraspt, zet ze grote ogen op: “Zo eroverheen? Dat is heel pittig!” We moeten lachen en wijzen haar op de hoeveelheid hete peper die op het eiland over al onze gerechten heen wordt gehakt.

Ze vindt het interessant. We leggen meer uit over het blockchainproject waar ze deel van uitmaakt. Daar slaat ze helemaal op aan. “Het lijkt me mooi om meer te weten te komen over het hele proces. Ik heb nu eigenlijk geen idee hoe de nootmuskaat verder bewerkt wordt, of waar het naartoe geëxporteerd wordt. Volgens mij kan ik uiteindelijk meer verdienen als ik weet wat jullie daar graag kopen.”

Op vrije dagen is Hetty het liefst met haar man en kinderen op het strand, dat je aan het einde van de straat kunt vinden.

Haar zoontje kruipt op schoot. Hetty lijkt een tevreden vrouw. Ze heeft gedurende ons hele gesprek een rustige blik in de ogen en praat met kalme, zachte stem. Ja, met meer inkomen zouden ze een beter huis kunnen bouwen, en ze zou er haar winkel mee uit willen breiden. Maar klagen hoor je haar niet. “Alles wat ik wil, is rustig oud worden in dit dorp.” Het zou mooi zijn als de kinderen elders een nog beter leven vinden. “Als ze maar wel af en toe terug komen – in elk geval eens per jaar voor het Suikerfeest.”